Wat is het verschil tussen Deck-VQ® en een vacuümisolatiepaneel?
Deck-VQ® is een ingekapseld Vacuümisolatiepaneel (VIP – zie “Wat is een VIP?”). Het grootste verschil met een standaard VIP is het beschermingsniveau tegen fysieke schade. Het zogenaamde “naakte” paneel biedt weinig bescherming voor de gasdichte folie, terwijl het Deck-VQ®-concept aan alle zijden een beschermende PIR-laag met hoge densiteit biedt.
Deck-VQ®: 
Core-VQ: 
Het Deck-VQ®-concept zorgt voor een stevig paneel en een uitstekende compatibiliteit met verschillende waterdichte systemen. In combinatie met de uitmuntende thermische prestaties wordt deze oplossing sterk aanbevolen voor platte daken en terrassen, waarbij de beschikbare ruimte beperkt is.
Ontdek alles over vacuümisolatie

Welke isolatiewaarden 2050 streef je met dak-, buitenmuur- en vloerisolatie na?
Wie isoleert conform de energieambities 2050 van de drie Belgische gewesten, let erop dat het dak, de buitenmuren en de vloeren welbepaalde isolatiewaarden of U-waarden niet overschrijden.
De U-waarde of warmtedoorgangscoëfficiënt wordt uitgedrukt in W/m²K en geeft aan hoeveel warmte er per seconde en per m² verloren gaat als het temperatuurverschil tussen binnen en buiten 1°C is. Hoe lager de U-waarde, hoe beter. Want hoe minder warmte er doorheen een constructieonderdeel verloren kan gaan.
Voor de isolatie van daken, muren en vloeren van bestaande woningen leggen de drie gewesten de lat even hoog: daken, muren en vloeren mogen maximaal een U-waarde van 0,24 W/m²K hebben.
Voor het berekenen van die U-waarde wordt rekening gehouden met alle onderdelen van een constructiedeel, maar vooral met het isolatiemateriaal, meer specifiek de dikte en de lambdawaarde daarvan.
De lambdawaarde wordt uitgedrukt in W/mK en geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt. Hoe lager de lambdawaarde, hoe minder warmte het product doorlaat, en hoe beter het isoleert.
Europa wil tegen 2050 klimaatneutraal zijn.
Voor het behalen van de doelstellingen van de Europese Green Deal en de ambities geformuleerd in de Overeenkomst van Parijs, werd op Europees niveau een beleidskader ontwikkeld dat gericht is op de sectoren die de meeste broeikasgassen uitstoten. Deze sectoren zijn opgesplitst in twee categorieën:
- ETS-sectoren zijn de sectoren waarvan de broeikasgasuitstoot valt onder het Europese emissiehandelsysteem (Emission Trading System of ETS).
- De andere niet-ETS-sectoren vallen onder de Verordening Verdeling Inspanningen (Effort Sharing Regulation of ESR).